Soorten sterrenstelsels
Spiraal, elliptisch, onregelmatig en dwerg
Niet elk sterrenstelsel lijkt op de Melkweg. Ze komen in allerlei vormen en maten — elk een verhaal van hun geschiedenis. Edwin Hubble ordende ze in 1926 in zijn befaamde "stemvork-diagram", en de basis daarvan gebruiken we nog steeds.
Spiraalsterrenstelsels
Wat Hubble zag als "gewone" sterrenstelsels. Platte schijven met spiraalarmen, een centrale bulge, en veel jonge blauwe sterren + gas. Onze Melkweg is er een van. ~60% van heldere sterrenstelsels zijn spiralen.
Sommige zijn "balkspiralen" — met een langwerpige structuur door het midden. Dat is de Melkweg ook.
Elliptische sterrenstelsels
Een heel ander type. Rond of eivormig, geen duidelijke arm-structuur, voornamelijk oude rode sterren, weinig gas, weinig stervorming. Alsof ze "klaar" zijn.
Ze variëren enorm in grootte — van dwergjes (zoals Sagittarius Dwarf) tot reusachtige ellipticals als M87 (met het beroemde zwart gat). De grootste sterrenstelsels in het universum zijn ellipticals, vaak het resultaat van vele fusies.
Onregelmatige sterrenstelsels
Geen duidelijke vorm. Vaak klein, rommelig. Rijk aan gas en stervorming. Waarschijnlijk sterrenstelsels die zwaar zijn verstoord door zwaartekrachtsinteracties of nog jong zijn.
De Grote en Kleine Magelhaense Wolken (satellieten van onze Melkweg) zijn onregelmatige dwergstelsels. Je ziet ze vanuit het zuidelijk halfrond.
Dwergstelsels
Kleine sterrenstelsels — duizenden tot miljoenen sterren in plaats van miljarden. Je zou denken dat ze zeldzaam zijn, maar waarschijnlijk de meeste sterrenstelsels in het universum zijn dwergen. Ze zijn alleen moeilijk te zien.
Veel grote sterrenstelsels hebben tientallen dwerg-satellieten in hun buurt. Onze Melkweg heeft er zeker 50. Ze worden langzaam opgeslokt.
Actieve sterrenstelsels
Apart noemen: sommige sterrenstelsels hebben extreem helder centrum, dankzij een actief voedend zwart gat. Dat zijn quasars, blazars, Seyfert-sterrenstelsels. In het jonge universum waren er veel meer. Nu de meeste gaten "rustig" zijn, zijn actieve stelsels zeldzamer.
De reden voor verschil
Waarom verschilt het type? Waarschijnlijk door:
• Tijdens het ontstaan: hoeveel gas er was, hoe snel het rondte draaide
• Botsingen: een spiraal + spiraal versmelten → elliptisch
• Omgeving: in clusters zijn sterrenstelsels vaker elliptisch (meer botsingen)
De evolutie gaat (grof gezegd) van jong en spiraal/onregelmatig → na botsingen en fusies → oud en elliptisch. Andromeda en Melkweg worden straks een elliptisch.