Je eerste goede prompt
Rol, taak, context, formaat — de vier bouwstenen
Typ "schrijf een mail aan een klant" in je favoriete AI, en kijk wat je terugkrijgt. Waarschijnlijk iets beleefd-vaags, voorzien van "ik hoop dat deze mail u in goede gezondheid aantreft" en eindigend met "mocht u nog vragen hebben, aarzel dan niet contact op te nemen". Technisch correct, praktisch onbruikbaar. Nu dezelfde vraag met iets meer denkwerk eraan: rol, taak, context en formaat. Hetzelfde model, totaal andere output. In deze les gaan we die vier bouwstenen één voor één opbouwen, tot je voor elke alledaagse taak een degelijk prompt-skelet hebt zitten.
Waarom luie prompts vage antwoorden geven
Een taalmodel voorspelt het meest plausibele volgende stuk tekst gegeven wat er staat. Je hebt dat in les 42 geleerd. Geef je weinig, dan moet het model veel gokken over wat je bedoelt — en het gokt naar het midden van de bell curve. Dat is waarom "schrijf een mail" een grijsmuis-mail oplevert: het is het meest waarschijnlijke type mail dat er is.
De truc is niet "intelligenter" vragen, maar specifieker vragen. Elke detail die je toevoegt, smalt het kansenveld af. Van "ergens een mail" naar "mail aan een specifieke klant over een specifieke situatie in een specifieke toon en een specifiek formaat". Hoe scherper het doel, hoe raker het schot.
Bouwsteen 1: Rol
Begin met te zeggen wie het model moet zijn. Niet omdat het model echt in iemand verandert, maar omdat je ermee duidelijk maakt uit welk deel van zijn trainingsdata het moet putten. "Je bent een ervaren klantenservicemedewerker van een sportzaak" trekt ander materiaal naar voren dan "Je bent een jurist gespecialiseerd in arbeidsrecht".
Houd de rol concreet. Niet "je bent een expert" (dat betekent niks), maar "je bent een copywriter die schrijft voor een middenklasse webshop in woonaccessoires, met een warme en persoonlijke toon, zonder corporate jargon". Die zin is goud waard — hij beïnvloedt automatisch stijl, woordkeuze en aannames.
Bouwsteen 2: Taak
Zeg precies wat je wilt dat er gebeurt. Niet "help me met deze mail", maar "herschrijf deze klantmail zodat hij korter is (max 5 zinnen), warmer klinkt, en eindigt met een concrete vervolgstap". Het werkwoord doet het werk: herschrijven, samenvatten, classificeren, vertalen, analyseren, genereren. Kies er één, wees specifiek, en zet hem vooraan in je taakbeschrijving.
Een valkuil: meerdere taken tegelijk in één prompt proppen. "Vertaal dit, vat het samen, en geef drie verbeterideeën" levert vaak een rommelig antwoord op. Knip het op. Eén prompt per taak. Als je ze echt wilt combineren, zet ze in genummerde stappen — daar komen we in een latere les op terug.
Modellen reageren beter op bevelende zinnen dan op beleefde vragen. "Kun je misschien eens kijken of..." is zwakker dan "Analyseer...". Dat klinkt bot, maar het model vat het niet persoonlijk op. Hoe directer en actiever je taalgebruik, hoe scherper de output.
Bouwsteen 3: Context
Alles wat het model nodig heeft om de taak goed uit te voeren, stop je hier. Voor een klantmail: wie is de klant, wat is er gebeurd, wat is de geschiedenis, welke toon past bij jouw merk. Voor een code-taak: welke taal, welke frameworks, welke bestaande conventies in de codebase.
Context is de plek waar beginners vaak spaarzaam zijn en ervaren gebruikers royaal. Neem het risico dat je iets overbodig meegeeft liever dan het risico dat het model iets essentieels mist en dus gaat gokken. In les 46 gaan we uitgebreider op "welke context wel, welke niet" in — voor nu: geef meer dan je denkt nodig te hebben, trim pas als je ziet dat het goed werkt.
Een concreet patroon dat goed werkt: tussen duidelijke markeringen (XML-tags of gewoon koppen) plaats je context-blokken. Bijvoorbeeld: <klantinformatie>Naam: Jan. Ordernummer: 1234. Klacht: product te klein.</klantinformatie>. Dat helpt het model te onderscheiden wat instructie is en wat feitenmateriaal.
Bouwsteen 4: Formaat
De vergeten bouwsteen, en misschien wel de krachtigste. Zeg hoe je antwoord terug wilt. Wil je een JSON-object? Zeg het, en geef het exacte schema. Wil je een bullet-lijst met maximaal 5 items? Zeg het. Wil je drie alternatieve koppen, elk op een nieuwe regel zonder uitleg? Zeg het.
Zonder formaat-instructie krijg je vaak inleidende zinnen ("Zeker! Hier is jouw mail:"), conclusies ("Laat me weten als je verder wilt aanpassen!") en andere chitchat die je niet gebruikt in je code of product. Met één zin over formaat weg ermee.
Het vóór-en-ná voorbeeld
Luie prompt:
"Schrijf een mail aan een klant die klaagt over een te kleine trui."
Wat je terugkrijgt: een generieke klantenservice-mail van 250 woorden, met formele aanhef, lege frases, en geen duidelijke volgende stap.
Scherpe prompt:
"Je bent een klantenservicemedewerker van een online sportwinkel met een warme, persoonlijke toon. Je klinkt als een gewone Nederlander, niet als een callcenter-script.
Schrijf een reactie op de klantmail hieronder. Regels: maximaal 6 zinnen. Bied een directe oplossing aan (omruilen, gratis retour). Eindig met één concrete vervolgstap. Gebruik geen frases als 'aarzel niet' of 'in goede gezondheid'. Spreek de klant aan met voornaam.
<klantmail>
Hi, ik heb gister die blauwe hardloopshirt besteld in maat M maar hij valt veel te klein. Kan ik hem ruilen voor een L? Groeten, Tim
</klantmail>
Geef alleen de mailtekst, zonder inleiding of commentaar."
Wat je nu terugkrijgt: een korte, warme, direct bruikbare mail die klinkt als iemand die zijn werk kent. Hetzelfde model, compleet andere output, puur door scherpte in de prompt.
Als je AI in een product bouwt, is je prompt geen losse kladtekst — hij is een deel van je codebase. Versioneer hem. Test hem. Als je hem aanpast, noteer waarom. Prompts zijn de nieuwe configuratiebestanden. Behandel ze zo.
Het vijfde element: voorbeelden
Strikt genomen vijf bouwstenen, maar de vijfde krijgt een eigen les (nummer 47). Voor nu: als je een heel specifiek formaat of toon wilt, geeft één of twee uitgewerkte voorbeelden vaak meer effect dan vijf regels instructies. "Hier zijn twee voorbeelden van hoe zo'n mail er ongeveer uit moet zien. Schrijf nu een derde in dezelfde stijl." Vaak duidelijker dan eindeloos uitleggen in woorden.
Het skelet dat je mag stelen
Hier is een herbruikbaar skelet voor de meeste dagelijkse taken. Kopieer hem, vul in, ga bouwen:
Je bent [rol met specifieke eigenschappen].
Taak: [actief werkwoord + wat precies + welke uitkomst].
Regels:
- [beperking 1, bijv. max aantal woorden]
- [beperking 2, bijv. wat te vermijden]
- [beperking 3, bijv. tone of voice]
Context:
[<tag>relevante informatie</tag>]
Formaat van je antwoord: [exact wat je terug wilt, bijv. alleen de mailtekst zonder inleiding, of JSON met keys x/y/z].
Dit skelet is geen magie. Het dwingt je alleen om bij elke use case de vier vragen expliciet te beantwoorden. En dat is 80% van wat een goede prompt tot goede prompt maakt.
Drie dingen om mee te nemen
- Specificiteit verslaat intelligentie. Een scherpe prompt op een gemiddeld model slaat een vage prompt op het duurste model, bijna altijd. Investeer in duidelijkheid vóór je investeert in een duurder model.
- Vier bouwstenen: rol, taak, context, formaat. Als je één van de vier overslaat, voelt de output het. Bouw ze elke keer expliciet in, ook als het oversized voelt voor een simpele taak.
- Behandel prompts als code. Versioneer ze, test ze, bewaar de goede. Bij elke feature in je product hoort een specifieke prompt, en die prompt is een eerstegradesburger, geen bijzaak.
In de volgende les gaan we naar de vraag die de kwaliteit van de meeste prompts bepaalt: welke context geef je mee? Want te veel is duur en verwarrend, te weinig is vaag en leidt tot gokwerk. Context engineering is een vak apart, en het volgende stuk duikt erin.
Tot dan. Schrijf scherp.